• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
  • Doneren
  • Nieuwsbrief
Pesticide Action Network Netherlands

Pesticide Action Network Netherlands

  • Home
  • Kom in actie
    • StopdeGifplant
    • stopgifexport
    • Lesbrief
    • 12 Middelen
    • Petitie
  • Nieuws
  • Archief
  • Over PAN-NL
  • Contact
  • Eetwijzer
Je bent hier: Home / nieuws / De overheid: is zij er voor de mensen? – Opiniestuk Theo Grent

De overheid: is zij er voor de mensen? – Opiniestuk Theo Grent

13 april 2026

Onze overheid speelt een cruciale rol op het gebied van plantengezondheid, bijvoorbeeld door gewasbeschermingsmiddelen goed te keuren, residulimieten vast te stellen, praktische aanbevelingen voor boeren op te stellen en etiketteringsvoorschriften vast te leggen. Dit zou moeten leiden tot een beleid dat gericht is op het identificeren, financieren en bevorderen van de meest effectieve methoden voor de preventie en bestrijding van ziekten, plagen en onkruid. Helaas werkt dit in de praktijk niet zo. Tot mijn spijt moet ik zeggen dat, op basis van mijn ervaring met het fytosanitaire beleid, het publiek en de boeren de dupe zijn. We worden misleid, met tragische gevolgen. Het debat over de ‘vergroening’ van de landbouw slaat de plank volledig mis. Dankzij onbeperkte toegang tot overheidsfunctionarissen op alle niveaus hanteren conglomeraten een mix van wortels en stokken om het toelatingsbeleid van de overheid voor gewasbeschermingsmiddelen bijvoorbeeld te beïnvloeden, waardoor zij zichzelf verrijken en de rest van ons ziek maken. Deze agrochemische bedrijven kunnen zich de beste lobbyisten veroorloven, van wie velen worden aangeworven vanwege hun connecties en hun overtuigingskracht. De draaideur tussen de industrie en de overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor het toezicht erop draait sneller dan ooit. Regelgevende instanties bieden regelmatig banen aan aan lobbyisten uit de industrie en academici die hun kwalificaties gebruiken om hun inkomen aan te vullen. Het is gebruikelijk dat ambtenaren hun ambt neerleggen voor een baan in een aanverwante industrie. Aan de kant van de industrie doen lobbyisten meer dan alleen maar handen schudden en rondjes geven na een partijtje golf. Ze stellen ook regelgeving op en redigeren deze voor dankbare, overwerkte hoofden van overheidsinstanties. Hun taak – waarvoor de industrie hen rijkelijk beloont – is het schrappen van elke formulering die de winsten in gevaar zou kunnen brengen. En politici spelen het spel mee om hun eigen carrière te beschermen. Hoewel ze in besloten kringen erkennen dat mijn standpunten over plantengezondheid het overheidsbeleid zou moeten zijn, heb ik geleerd dat het politieke systeem elke gekozen functionaris zal straffen die pleit voor serieuze hervormingen op dit gebied. Conglomeraten zijn in staat politieke carrières te beëindigen en progressieve wetgeving te dwarsbomen zodra ze ook maar de geringste hint van een beweging bespeuren die hun winst zou kunnen bedreigen. En dat betekent dat er wetten worden aangenomen die de belangen van de rijksten bevorderen in plaats van het algemeen belang. Zoals ik tijdens diverse rechtszaken over oneigenlijke acties van de handhavingsdienst NVWA heb verklaard: “Wie het goud bezit, maakt de regels”.

Organisaties zoals de NVWA en de certificeringsinstanties Ctgb en Skal Biocontrole zijn net zozeer bezig met macht en invloed als met het bevorderen van de plantengezondheid; het doel van deze instanties – die door de overheid worden aangestuurd en gesubsidieerd – is zichzelf te profileren als de ‘officiële’ dienst die het nationale beleid bepaalt. Zij beschouwen hun rol als poortwachters als essentieel om boeren en burgers te beschermen tegen fraude en incompetentie, maar deze poortwachtersfunctie kan net zo goed innovatieve benaderingen en nieuwe manieren van denken in de kiem smoren. Cynisch bekeken beginnen deze organisaties te lijken op monopolies die hun macht willen behouden ten koste van degenen die hun wereldbeeld zouden kunnen uitdagen. Aan de basis van elke industriële belangengroep in de gewasbeschermingsmiddelensector, zoals CropLife NL, Artemis en Agrodis, ligt een aanname over wie een legitieme beoefenaar is en wie een ‘kwakzalver’. Deze aannames blijven meestal onuitgesproken totdat er een uitdager opstaat met een behandelprotocol of onderzoekagenda die in tegenspraak is met de heersende opvatting binnen deze organisaties: het reductionistische paradigma zoals dat door het drieluik onderzoek, voorlichting en onderwijs is ingeprent. Het resultaat is dat, ondanks de oprechte inspanningen van veel goedbedoelende mensen, organisaties als de NVWA, Ctgb en Skal in feite de alternatieve middelen en methoden in de weg staan om ziekten, plagen en onkruid onder de economische schadedrempel te houden. Het is een structureel probleem waarbij het bedrijfsleven, de academische wereld en overheden samen bepalen wat ‘plantengezondheid’ inhoudt. Het bedrijfsleven financiert proeven en rapporten op het gebied van de plantengezondheid, en vooraanstaande academici met banden met het bedrijfsleven spelen een sleutelrol bij de ontwikkeling daarvan. Persoonlijke vooringenomenheid is sterker dan je zou denken, en er zijn mensen die bereid zijn hun ziel te verkopen aan de hoogste bieder. Het is een systeem dat is opgebouwd door mensen die hun geïsoleerde rol spelen, vaak zonder zich bewust te zijn van de hoogste besluitvormers en hun verborgen motieven. Het systeem is een verspilling van belastinggeld en brengt ernstige schade toe aan de gezondheid van mensen, dieren, planten en de planeet. Het spreekt voor zich dat mijn bereidheid om hun methoden in twijfel te trekken mij niet bepaald gelief maakt bij de overheid. Hun ambtenaren hebben echter geen enkele interesse in andere criteria dan hun eigen misplaatste, en ze verwijzen doorgaans alleen naar publicaties uit hun eigen besluitvormingskring. Het gebruik van biologische middelen in de landbouw wordt daardoor belemmerd door bureaucratie en ongelijke concurrentievoorwaarden. Het plantgezondheidsbeleid wordt ‘van bovenaf’ aangestuurd door agrochemische conglomeraten, waarvan de aandeelhouders een heel andere agenda hebben. En we weten uit de geschiedenis hoe moeilijk het is voor dergelijke partijen om hun winsten op te geven, en wat er nodig is om veranderingen ‘van onderop’ teweeg te brengen via toegewijde activisten!

Theo Grent, coördinator biologische middelen (www.kelbo.nl) 10 april 2026

Categorie: nieuws

Footer

Pesticide Action Network Netherlands
p/a Anreperstraat 91
9404 LC Assen
pan.netherlands@gmail.com

IBAN
NL02TRIO0788940287
t.n.v. Stichting Pesticide Action Network Netherlands

Privacy Policy PAN-NL

ANBI/RSIN
8611 93 581

  • Bluesky
  • Facebook
  • Instagram
  • LinkedIn
Organisaties en netwerken met vergelijkbare ambities waarmee we samenwerken:
Copyright © 2026 | webdesign AukemaOntwerp