PAN-NL vindt dat de overheid zoals eerder beloofd met wettelijke maatregelen moet komen nu het convenant gewasbeschermingsmiddelen als mislukt beschouwd kan worden. Nederland ligt onder een deken van pesticiden, terug te vinden van natuurgebieden tot in je slaapkamer, maar desondanks is een slap convent afgesloten waarbij de betrokken maatschappelijke organisaties zich beiden hebben teruggetrokken omdat ze de afspraken onvoldoende vinden. Een convenant met één belangenpartij – de landbouw – is natuurlijk geen convenant maar een dictaat van de landbouw aan burgers en natuurorganisaties. De staatssecretaris moet dan ook niet bij het kruisje tekenen maar doorpakken met effectieve wetgeving.
Slap convenant
In het convenant is nog weinig concreet afgesproken, dat volgt later dit jaar in deelconvenanten. Een groot deel blijft dan ook nog vaag en moeilijk interpretabel. Desondanks wijzen de eerste contouren op een te slap convenant.
Geen verbod meest giftige pesticiden
Een verbod op de meest giftige middelen zoals op PFAS, hormoonverstorende pesticiden of de Kandidaten voor Vervanging, lijkt niet ter sprake te komen. Zo worden PFAS en haar giftige afbraakproduct TFA, ‘in kaart gebracht’, naar ‘mogelijkheden’ gekeken om ‘emissies’ (in plaats van gebruik) te beperken, terwijl een Europees en Nederlands verbod al in zicht zijn. Daarmee rijdt het convenant de inspanningen om tot een verbod te komen vooral in de wielen in plaats van dat het helpt. Dit is typerend voor het convenant dat angstvallig verboden vermijdt. In plaats daarvan wordt gericht op een ingewikkeld milieubelastingpuntensysteem terwijl nu al wordt geconstateerd dat naleving van de huidige regels onvoldoende is een handhaving te ingewikkeld.
Voorzorgsbeginsel genegeerd
Maatregelen worden vertraagd door de eis dat de schade die pesticiden aanrichten en eventuele maatregelen eerst wetenschappelijk bewezen moeten zijn, een langdurig en ingewikkeld proces. Dit is in strijd met het Europees vastgelegde voorzorgsbeginsel waarbij gif juist pas gebruikt mag worden als de veiligheid is bewezen. Zo lijkt het uitgangspunt niet om pesticiden simpelweg te weren uit natuurgebieden maar lijken maatregelen te worden beperkt tot de maatregelen die in nog uit te voeren onafhankelijk onderzoek nodig lijken. De afwegingsladder die ontwikkeld wordt voor de ‘proportionaliteit’ van maatregelen rond pesticidengebruik rond kinderdagverblijven en scholen, riekt ernaar dat de gezondheid van kinderen wordt afgewogen tegen economische belangen.
Geschiedenis aan loze beloftes
Veel doelstellingen zijn voor 2040, terwijl erkend wordt dat in eerdere afspraken ‘nagenoeg geen emissies’ waren beloofd in 2030. Deze gebroken belofte staat niet op zichzelf. In 2013 heeft het toenmalige kabinet de Nota ‘Gezonde groei, duurzame oogst’ voor de periode 2013-2023 opgesteld. Uiterlijk 2023 zou aan alle (inter)nationale eisen op het gebied van milieu- en water, voedselveiligheid, menselijke gezondheid en arbeidsomstandigheden voldaan moeten zijn. Ook wilde het kabinet dat vanaf 2014 alle professionele gebruikers van gewasbescherming geïntegreerde gewasbescherming toepasten. Nederland kent een historie van jarenlange ambities en doelstellingen, waarbij tussen de regels door het “middelen pakket” behouden moest blijven en de wettelijke eisen niet gerealiseerd werden.
Biologische landbouw genegeerd
In het convenant ook geen woord over stimulering van de biologische landbouw. Cynisch is het pleidooi in het convenant voor een maatschappelijke dialoog waar eerder LTO weigerde dat organisaties als PAN-NL, Meten=Weten en MOB überhaupt mochten meepraten. Burgers en milieu-organisaties lijken ook geen toegang te krijgen tot de data over pesticidengebruik, iets waar de rechter zich al eerder juist voor uitsprak.
De vervuiler uitbetaald in plaats van betaalt
Ten slotte is er altijd nog de uitweg dat als er onvoldoende financiële compensatie is voor de kosten, de landbouw de afspraken kan opzeggen. PAN-NL is van mening dat van een vervuilende sector gevraagd mag worden dat ze zelf verantwoordelijkheid neemt voor de kosten om de schade te beperken die zij aanricht.






















