Bestrijdingsmiddel Pitcher had niet toegelaten mogen worden vanwege hormoonverstorende stof.
11 augustus 2026. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft vandaag geoordeeld dat het bestrijdingsmiddel Pitcher niet had mogen worden toegelaten tot de Nederlandse markt. De rechter stelt PAN (Pesticide Action Network Europe) in het gelijk in de langlopende juridische procedure tegen het Ctgb, het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Het Ctgb moet nu binnen drie maanden een nieuw besluit nemen dat ertoe leidt dat Pitcher van de markt wordt gehaald.
Hormoonverstorende stof
Pitcher is een schimmelbestrijdingsmiddel van producent Adama, dat professioneel wordt gebruikt bij de dompelbehandeling van bloembollen en knollen en bij de teelt van vaste planten en bloemisterijgewassen. Het middel bevat onder meer de werkzame stof fludioxonil. Op basis van een peer review-rapport van de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA uit november 2024 concludeert het CBb dat fludioxonil hormoonverstorende eigenschappen heeft die schadelijk kunnen zijn voor de mens.
Volgens de Europese gewasbeschermingsverordening (1107/2009) mag een stof met dergelijke eigenschappen alleen worden toegelaten als mensen bij normaal gebruik geen enkel contact kunnen hebben met het middel — bijvoorbeeld omdat het uitsluitend in gesloten systemen wordt toegepast. Omdat Pitcher niet op die manier wordt gebruikt, voldoet het middel niet aan deze eis. Het Ctgb had dit zelf moeten beoordelen bij de toelating, in plaats van te wachten op een oordeel van de Europese Commissie, zo oordeelt het CBb.
Wat zijn de risico’s van fludioxonil?
Fludioxonil staat al langer te boek als een zorgwekkende stof. Naast de hormoonverstorende werking die het CBb nu bevestigt, geldt de stof als persistent (nauwelijks afbreekbaar in het milieu), giftig voor waterorganismen en is een PFAS. Mede daarom heeft de Europese Commissie fludioxonil aangemerkt als “kandidaat voor vervanging”: een stof die vanwege de risico’s eigenlijk vervangen zou moeten worden door veiligere alternatieven. Laboratoriumonderzoek koppelt blootstelling aan fludioxonil bovendien aan een reeks andere schadelijke effecten, waaronder verstoring van de hersenontwikkeling, celschade door oxidatieve stress, een remmende werking op cellen van het immuunsysteem en DNA-schade. Voor omwonenden, agrarische werkers en het watermilieu rond de teeltgebieden waar Pitcher wordt gebruikt, betekent dit een reëel risico dat volgens PAN nooit had mogen worden genegeerd.
Ook risico’s voor dieren onvoldoende onderzocht
Daarnaast heeft het Ctgb volgens het CBb ten onrechte niet onderzocht of de hormoonverstorende eigenschappen van fludioxonil ook schadelijke gevolgen kunnen hebben voor niet-doelwitorganismen, zoals dieren en insecten. Ook op dit punt moet het Ctgb zijn beoordeling alsnog uitvoeren.
Uitspraak in het kort
- Het CBb verklaart het beroep van PAN gegrond en vernietigt het besluit waarmee het Ctgb de toelating van Pitcher handhaafde.
- Het Ctgb krijgt drie maanden de tijd om een nieuw besluit te nemen dat ertoe moet leiden dat Pitcher niet langer wordt toegelaten, bestaande voorraden uit de handel worden genomen en het middel niet meer wordt gebruikt of opgeslagen.
- Het Ctgb moet het griffierecht van PAN (€ 385,-) vergoeden.
- Dit is de tweede keer dat de rechter het Ctgb terugfluit in deze zaak: eerder, in februari 2025, vernietigde het CBb al een besluit van het Ctgb naar aanleiding van prejudiciële vragen die het Hof van Justitie van de EU in april 2024 beantwoordde.
Margriet Mantingh, voorzitter van PAN-NL: “Behalve Pitcher heeft het Ctgb in Nederland nog 23 andere bestrijdingsmiddelen met de hormoonverstorende stof fludioxonil voor gebruik in de land- en tuinbouw toegelaten. Fludioxonil wordt als residu in groente en fruit, bloemen en tuinplanten gevonden. Het wordt tijd dat het Ctgb haar verantwoording neemt en alle middelen met fludioxonil van de markt haalt.”
Lees hier de uitspraak ECLI:NL:CBB:2026:370























