Verzoek om alle bestrijdingsmiddelen op basis van difenoconazole te verbieden
8 mei 2024 heeft PAN-NL het Ctgb verzocht alle 26 middelen op basis van de actieve stof difenoconazool te verbieden.
PAN-NL stelt vast dat middelen met difenoconazool een hormoonverstorende werking en effect hebben en volgens de pesticiden wetgeving er dus alleen sprake mag zijn van verwaarloosbare blootstelling zoals toepassing in een gesloten systeem. Daar is bij deze 26 middelen geen sprake van en dus kunnen de huidige toelatingen niet in stand blijven.
Een andere bijkomstigheid is dat het afbraakproduct van deze fungicide 1,2,4-T geclassificeerd is als reprotoxisch categorie 1B, een classificatie die volgens Verordening 1107/2009 Annex II, 3.6.4. een dusdanige schadelijke en onherroepelijke werking heeft dat alleen verwaarloosbare blootstelling (zoals toepassing in een gesloten systeem) mag plaatsvinden. In de praktijk komt dit neer op een verbod van de toepassing want gesloten systemen bestaan niet in de landbouw.
Er zijn nog meer effecten die bij een beoordeling op basis van de meest recente inzichten ontbreken. We noemen het gebrek aan toetsing op cumulatieve en synergistische effecten. Dat gaat over diverse niveaus; enerzijds de cumulatie van difenoconazool en andere coformulanten in de 26 middelen zelf. Verder de cumulatie van difenoconazool en andere conazolen in voedsel, maar ook de cumulatie voor omwonenden (voeding, spuitdrift, stof, lucht, etc.).
Op 17 juli 2024 besluit het Ctgb het verzoek tot intrekking van de toelatingen van middelen op basis van difenoconazool af te wijzen en noemt als argument onder meer dan men de (Europese) beoordeling van de actieve stof (door Spanje) wil afwachten om onnodig dubbel werk te voorkomen.
PAN-NL heeft op 27 augustus 2024 bezwaarschrift tegen het Ctgb-besluit bij het CBb ingediend met een uitgebreide motivering waarom de middelen met deze actieve stof wel moeten worden ingetrokken.
Omdat Ctgb zich niet aan de wettelijke termijnen houdt, dient PAN-NL op 6 maart 2025 bij het CBb een voorlopige voorziening in.
Eindelijk op 3 september 2025 besluit het Ctgb: na heroverweging van het bestreden besluit als bedoeld in artikel 7:11 Awb en in het kader van de integrale heroverweging, dat de bezwaren over de metaboliet 1,2,4-triazool, azolenresistentie en hormoonverstoring gegrond zijn. Het bezwaar over cumulatie is ongegrond. Het bestreden besluit wordt gehandhaafd, onder verbetering van de motivering als opgenomen in dit besluit.
10 oktober 2025 dient PAN-NL een Beroepschrift in tegen het besluit van het Ctgb:
– Voor de beoordeling van hormoonverstoring neemt het Ctgb de meest recente wetenschappelijk inzichten niet mee.
– Testresultaten uit gecertificeerde studies van de industrie gelden bij het Ctgb als onaantastbare waarheid.
– Het Ctgb kijkt alleen naar standaard testsystemen en diskwalificeert andere studies.
– Het Ctgb negeert mogelijke effecten bij dieren.
PAN concludeert dat de stelling van het Ctgb dat er geen methoden zijn om een cumulatieve
berekening uit te voeren voor bewoners en niet-doelwit organismen onjuist is. PAN concludeert ook dat het onrechtmatig is dat het Ctgb niets doet om mens en milieu te beschermen tegen cumulatieve effecten, terwijl er 16 jaar is verstreken sinds de Verordening cumulatieve analyses verplicht stelde, en het Ctgb geen enkel zicht biedt op een analyse van dit mogelijk schadelijk effect in de toekomst en bescherming van mens en milieu.






















